Notionele intrestaftrek (aftrek risicokapitaal)

Auteur admin

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Aftrek voor risicokapitaal

De notionele interestaftrek, een fictieve intrest die berekend wordt op het eigen vermogen van de vennootschap, werd in het leven geroepen vanaf aanslagjaar 2007 om het eigen vermogen van de Belgische ondernemingen te stimuleren. Door een intrest toe te kennen dat kan worden afgetrokken van de belastbare basis in de vennootschapsbelasting, hoopt de wetgever de opbouw van eigen middelen te stimuleren en het gebruik van vreemd vermogen bij een financiering te vermijden.

Gecorrigeerd eigen vermogen voor de notionele intrestaftrek

De basis, het eigen vermogen (rek 10 tot en met 14) dient wel gecorrigeerd te worden. Zo moeten onderstaande zaken worden afgetrokken van het eigen vermogen:

  • Kapitaalsubsidies (rek 15);
  • Uitgedrukte, niet verwezenlijkte meerwaarden (rek 12/herwaarderingsmeerwaarden);
  • Fiscale nettowaarde (op het einde van het voorgaande belastbare tijdperk) van eigen aandelen (50-rek) die door de vennootschap zelf worden aangehouden en van de financiële vaste activa (= 28-rek – deelnemingen en andere aandelen);
  • Nettoboekwaarde van een buitenlandse vaste inrichting in een land met verdrag ( dat wil zeggen dat de inkomsten van de vaste inrichting vrijgesteld zijn op basis van het dubbelbelastingverdrag). De netto boekwaarde is de nettoboekwaarde van het actief min de voorzieningen en de schulden die op de vaste inrichting kunnen worden toegerekend;
  • Nettoboekwaarde van buitenlandse onroerende goederen in een land met verdrag;
  • Nettoboekwaarde van materiële vaste activa wanneer de kosten op onredelijke wijze de beroepsbehoeften overschrijden;
  • Boekwaarde van zaken die worden aangehouden als belegging en die als zodanig geen periodieke inkomsten opleveren. Voorbeelden: antiek, kunst, juwelen, … NIET van toepassing indien deze goederen als voorraad zijn geboekt;
  • Nettoboekwaarde van onroerende goederen waarvan het gebruik toekomt aan bedrijfsleiders 1° categorie (art 32, 1° lid, 1° WIB), hun echtgenoot of niet ontvoogde kinderen van beiden.

Is de notionele intrestaftrek overdraagbaar?

Deze mag worden overgedragen voor een periode van de 7 volgende jaren indien er niet genoeg belastbare winst over blijft in het belastbare tijdperk om deze van af te trekken.
Je mag de oudste overgedragen notionele intrestaftrek gebruiken om in het belastbare tijdperk af te trekken. Bijvoorbeeld:
Aanslagjaar 2007: 700.00€ notionele intrestaftrek overgedragen
Aanslagjaar 2008: 500.00€ notionele intrestaftrek overgedragen
Aanslagjaar 2009: 300.00€ notionele intrestaftrek overgedragen
Aanslagjaar 2010: je hebt een belastbare winst van 1.000€. Je mag eerst 700€ van aanslagjaar 2007 aanzuiveren, met een deel (300€) van aanslagjaar 2008. De berekende notionele intrestaftrek van het huidige belastbare tijdperk kan je dan overdragen naar het volgende belastbare tijdperk.

Notionele intrestaftrek en investeringsreserve.

Opgelet! De notionele intrestaftrek en de investeringsreserve kan NOOIT samen gebruikt worden.
Bijvoorbeeld: Aanslagjaar 2010: afsluitdatum 30/09/2010 aanleg investeringsreserve.
Notionele intrestaftrek kan pas gebruikt worden in aanslagjaar 2013 – afsluitdatum 30/09/2013.

Wat als mijn boekjaar langer is dan 12 maanden?

Dan mag je deze proportioneel berekenen in functie van de lengte van het boekjaar. Stel dat het boekjaar 18 maanden lang is, dan mag je dus een breuk toepassen van 18/12 x berekende notionele intrest.

Gebruik de online simulator

KeFiK (kenniscentrum voor financiering van KMO-vennootschappen) stelt online een simulator ter beschikking voor de berekening van de notionele intrestaftrek: klik hier voor de simulator.
Op de website van de Hogeschool-Universiteit Brussel kan je een uitgebreid excel bestand terugvinden voor de berekening van de notionele intrestaftrek (aanslagjaar 2008 – klik hier).

Tarieven:

  • Voor aanslagjaar 2012: grote vennootschap: 3,425% – kleine vennootschap: 3,925%
  • Voor aanslagjaar 2011: grote vennootschap: 3,800% – kleine vennootschap: 4,300%
  • Voor aanslagjaar 2010: grote vennootschap: 4,473% – kleine vennootschap: 4,973%
  • Voor aanslagjaar 2009: grote vennootschap: 4,307% – kleine vennootschap: 4,807%
  • Voor aanslagjaar 2008: grote vennootschap: 3,781% – kleine vennootschap: 4,281%

Het tarief wordt jaarlijks bepaald.

Wanneer wordt je beschouwd als een kleine vennootschap?
Een kleine vennootschap mag maximaal 1 van onderstaande voorwaarden overschrijden:

  • een omzet van 7.300.000 euro
  • een balanstotaal van 3.650.000 euro
  • een gemiddeld personeelsbestand van 50 werknemers

Een vennootschap met een gemiddeld personeelsbestand van 100 werknemers is echter nooit een kleine vennootschap.

Wie kan de notionele intrestaftrek niet gebruiken?

  • Vennootschappen die aan een afwijkend fiscaal regime onderworpen zijn. Denk daarbij aan: coördinatiecentrum, BEVEK, BEVAK, VBS, reconversievennootschap, coöperatieve participatievennootschap (wet 22/5/2001) en de zeescheepvaartvennootschap;
  • Vennootschappen die geen jaarrekening opmaken
  • Buitenlandse vennootschappen met een Belgische vaste inrichting of onroerende goederen in België.

Schematisch overzicht: formulier 275C

Notionele-intrestaftrek-1Notionele-intrestaftrek-2

Reactie plaatsen niet mogelijk.

Deze website gebruikt cookies om jou de beste ervaring te kunnen geven. Door deze website te gebruiken ga je hiermee akkoord. Meer info

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk. Als u doorgaat met deze website te gebruiken zonder het wijzigen van uw cookie-instellingen of u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen.

Sluiten